Platform voor de tuin- en groenprofessional
De droom van de natuurinclusieve stad vraagt ook offers
Alle stadsparken in Amsterdam zijn inmiddels van grote waarde voor de biodiversiteit in de stad.

De droom van de natuurinclusieve stad vraagt ook offers

‘Een nieuwe kijk op samenleven vraagt aanpassingen die soms een beetje pijn doen’

Natuurinclusief ontwikkelen houdt niet op bij het oplossen van groene vraagstukken. Natuurinclusiviteit gaat ook over onszelf, vindt Guido Hamelink, adviseur en mede-oprichter van NLAdviseurs. De wijze waarop wij met elkaar omgaan en ons leven inrichten, bepaalt in hoge mate de kwaliteit van onze groene omgeving. Aan de hand van de natuurinclusieve stad als toekomstperspectief laat Guido ons zien hoe wij als mens onze natuurlijke omgeving meer kunnen integreren in ons leven en wat dat concreet voor ons betekent. Want laten we eerlijk zijn, dat doet soms ook een beetje pijn. “Dit vraagt om een heel nieuwe kijk op samenleven, waarvoor de mens aanpassingen moet doen die soms ongemakkelijk zijn.”

Guido Hamelink: schoon, heel en veilig is niet altijd in het belang van een gezond ecosysteem.

Een nieuw perspectief op samenleven begint met een nieuw verhaal. Door andere verhalen te vertellen kunnen we elkaar wijzen op alternatieven en een nieuw referentiekader creëren. Het verhaal van de natuurinclusieve stad gaat voor Guido ongeveer zo: “Stel je voor, je wordt `s ochtends wakker met de frisse ochtendlucht van de bloeiende kers, je hoort de vogels fluiten. Dan ga je koffie maken en je loopt de tuin in, terwijl het gras kriebelt tussen je tenen. Je tuin loopt naadloos over in de openbare ruimte, met een autoloze straat, waar je kinderen ziet spelen. Je brengt je kinderen op de fiets een stukje op weg naar school over het brede fietspad. Eenmaal weer binnen doe je de tuindeuren open en gaat aan het werk. Tijdens de lunch pluk je een paar tomaten uit de moestuin die je samen met de buurt onderhoudt.”

Stad als ecosysteem

Dit verhaal roept utopische beelden op, maar legt ook meteen een paar pijnpunten bloot. Want waar is de auto gebleven en wie gaat die moestuin onderhouden? “Een natuurinclusieve stad vraagt om een andere inrichting van steden, maar ook om aanpassing van mensen. Als je de stad gaat zien als een ecosysteem zullen we op een andere manier ons leven moeten inrichten, door lokaal te gaan denken en ons te verbinden aan een plek. Een gezamenlijke moestuin vraagt om gezamenlijk onderhoud. De autovrije straat valt niet meer onder het gemeentebeheer, maar wordt iets wat je gezamenlijk onderhoudt. Dat kan soms ongemakkelijk zijn, maar door betrokken te zijn bij je omgeving, ga je er ook beter voor zorgen.” Die mensverbindingen zijn cruciaal bij het ontwikkelen van een stedelijk ecosysteem, vindt Guido.

Ecologische principes

In een stedelijk ecosysteem worden ecologische principes het uitgangspunt. In plaats van de natuur naar onze hand te zetten, voegen wij ons naar de natuur. Guido: “Ecologie is de logica achter het leven. Hoe leven organismen samen en hoe staan ze met elkaar in verbinding? Met de natuurinclusieve stad als uitgangspunt, vormen groenblauwe structuren het raamwerk. Hoe zien die verbindingen er van binnen naar buiten uit en andersom? Deze structuren ga je verder opbouwen met waterverbindingen, kruidenrijke stroken en bomenrijen, die passen bij de bodem en de dieren die daarbij horen zoals vleermuizen, egels en dassen. Afhankelijk van de plek waar je woont heb je andere elementen nodig om de omgeving in te richten en te ordenen. Een goed voorbeeld hiervan is de visie van de gemeente Nuenen op natuurontwikkeling in de gebouwde omgeving. Met streekeigen beplanting wil de gemeente waardevolle landschapstypen zichtbaar maken in stedelijk gebied, door onder andere elzensingels en eikenlanen te creëren.” Wat dat betreft is de natuurinclusieve stad al veel haalbaarder dan we zelf denken. ““Op beleidsniveau zien we dat groenblauwe dooradering  meer en meer wordt opgenomen.”

Een ander voorbeeld van ecologisch natuurbeheer is het Flevopark in Amsterdam. “Alle parken in Amsterdam zijn van oudsher gemaakt als natuurlijk decor. Daar zitten inmiddels wel allerlei planten- en diersoorten die beschermd zijn en/of van grote waarde zijn voor de biodiversiteit in de stad en die de ruimte moeten krijgen. Zo moest de reigerkolonie in het Flevopark in stand blijven, terwijl er ook evenementen moesten plaatsvinden. We hebben toen onderzocht hoe we deze activiteiten mogelijk konden maken zonder de kolonie teveel te verstoren.”  

Best wel ruimte

Een natuurinclusieve stad is een prachtig droombeeld, maar vraagt wel om meer ruimte, ruimte die in Nederland nogal schaars is. Guido ziet dit anders. “Vergeet niet wat de impact kan zijn als de buitenruimte anders benut wordt. Door parkeerplaatsen anders te gaan gebruiken, voorzieningen die iedereen nodig heeft gezamenlijk te gebruiken en te gaan denken aan andere leefvormen zoals woongemeenschappen, dan boek je winst. Tijdens corona zag je doordat we massaal gingen thuiswerken, er minder kantoorruimte nodig was. Als je je referentiekaders los kunt laten, hebben we best wel ruimte.”

Mismatch

Waar liggen de grootste uitdagingen als het gaat om ecologisch natuurbeheer volgens Guido? “Wat mij betreft ligt dat aan onze verwachtingen van de buitenruimte. Hoe moet die er vanuit ecologisch perspectief uitzien en wat willen wij? In de afgelopen decennia is schoon, heel en veilig de norm geworden, dat is niet altijd in het belang van een gezond ecosysteem. Dat is een mismatch. Voor organisaties die ertoe doen in de groene sector, zoals hoveniers en aannemers, is een proces van bewustwording van belang. Je moet medewerkers op een andere manier gaan opleiden om de buitenruimte te beheren. Voor opdrachtgevers moet de vraag anders worden. Ecologisch beheer moet de norm worden, niet de uitzondering.” Wat dat aangaat valt er nog een hoop te leren, vindt Guido. “Op veel vlakken moeten we met elkaar zoeken naar een nieuwe inrichting, beheer en gebruik van de buitenruimte. Het mooie van het partnerecosysteem van NL Greenlabel is dat we gelijkgestemd zijn. We spreken dezelfde duurzame taal; we hebben allemaal het beste voor met de natuur en ecologie en proberen daarnaar te handelen.”

Uitgebreid netwerk

Een belangrijke basis voor het uitwisselen van kennis en ervaring over de natuurinclusieve leefomgeving is voor NLAdviseurs het uitgebreide netwerk van andere ecologische bureaus binnen NL Greenlabel waaronder Faunus Nature Creations, Unitura, VivaraPro, Naturio en NatuurGoed. Daarbij heeft de toepassing van integrale methodieken zoals NL Terreinlabel en NL Gebiedslabel een grote toegevoegde waarde.

"*" geeft vereiste velden aan

Stuur ons een bericht

Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.

Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

Details