Platform voor de tuin- en groenprofessional
Nieuws

Hoe planten en bloemen bijdragen aan de soortenrijkdom van insecten en vogels

Weidehommel.

Tekst | Wankja Ferguson  

Beeld | Wankja Ferguson  

12 september 2022 Leestijd 15 minuten

Deel dit artikel

Biodiversiteit vergroten in tuin en openbare ruimte

We leven in het tijdperk van biodiversiteitsverlies. Bijna elke dag kunnen we er over lezen. Toch kunnen we juist met onze tuinen en openbare ruimte héél goed bijdragen aan biodiversiteitsherstel, mits we dan begrijpen wat onze insecten en andere dieren van de planten nodig hebben.  

Vogels eten vruchten en zaden, dát weten we allemaal. We zijn ons meestal niet echt bewust dat ze óók veel rupsen en larven eten, jonge vogels al helemaal én dat die zaden en vruchten er natuurlijk alleen maar komen als de planten waar ze aan komen bestoven worden. Mezen verzamelen tussen de 8000-10.000 rupsen om één nest groot te brengen. Wij vinden vlinders mooi om te zien, voor mezen zijn ze een levensvoorwaarde en zo vergaat het eigenlijk veel jonge vogels. Je ziet ze hebben héél veel rupsen en larven nodig. Dus vlinders zijn een belangrijke component in de voedselketen.

Zwartsprietdikkopje.

Merels, spreeuwen, lijsters, kramsvogels en een heleboel andere vogels eten veel vruchten in het najaar andere zaden van een groot aantal planten. Sommige eten hazelnoten, zoals de boomklever, de eekhoorn lust deze ook. Je ziet ze in het najaar en de winter de bomen en struiken afschuimen. Die vruchten zijn net als onze appels en peren, bestoven door o.a. wilde bijen, waaronder hommels en een veel solitaire soorten zoals bijv. de meidoornzandbij. Ook zaden van planten zoals bijv. het zaad van de cichorei wordt gegeten door de distelvink (putter) welke bestoven wordt door o.a. de pluimvoetbij.  Wilde bijen zijn dus óók een belangrijke component in de voedselketen. 

Barmsijs.

Ik zeg dan ook vaak: Als je veel vogels en andere dieren in je tuin of omgeving wilt, dan is het van belang voor de aanwezigheid van veel vlinders en wilde bijen en andere insecten te zorgen.

Nectarplanten

Nu weten we eigenlijk allemaal wel dat vlinders en wilde bijen nectarplanten nodig hebben en daar zorgen we dan meestal ook wel voor door bloemrijke tuinen te ontwerpen en aan te leggen. Bomen, struiken, vaste- en eenjarige bloemplanten dragen daar allemaal toe bij mits ze enkelbloemig zijn én ook daadwerkelijk nectar leveren. Dat doen ze niet allemaal, zo leveren bijv. rozen en klaprozen géén nectar. Zijn die dan niet waardevol? Jawel dat zijn ze wel, want ze leveren wel stuifmeel en voor bijen is stuifmeel essentieel om zich voort te planten. Het is echter zo dat vlinders en bijen eigenlijk zelden kieskeurig zijn wat betreft nectarplanten, ook exoten worden vaak gebruikt als nectarbron. Dat maakt dat we bij een bloemrijke tuin op openbare ruimte al gauw denken dat we het voor elkaar hebben.

Vlinders en wilde bijen hebben echter méér nodig (ref 1) . Vlinders zetten hun eitjes af op waardplanten. Zo weinig kieskeurig als ze zijn wat betreft nectarplanten, zo kieskeurig zijn ze wat betreft de waardplanten. Zo kiest het oranje tipje alleen de pinksterbloem, look zonder look, damastbloem of judaspenning uit en het icarusblauwtje zal haar eitjes alleen op kleine-, hop- of rolklaver afzetten. Het boomblauwtje gebruikt soms de kattenstaart als waardplant. De kleine vuurvlinder kiest de schapen- of veldzuring uit. Veel van de parelmoervlinders, waaronder de keizersmantel en kleine parelmoervlinder kiezen alléén inheemse viooltjes uit. Andere  gebruiken inheemse grassen en zitten daar als eitje, rups of pop soms de héle winter én voorjaar in om pas in juni van het volgende jaar weer te gaan vliegen, zoals bijv. van het zwartsprietdikkopje. Sommigen gebruiken struiken of bomen, bijv. de sleedoornpage of de eikenpages.

Bijenhotel

Die kieskeurigheid wat betreft de waardplanten van vlinders en ook en andere insecten maakt dat inheemse planten belangrijk zijn. Dat hoeft geen bezwaar te zijn. Rolklavers bijv. zijn prachtige planten en het maarts viooltje is dat ook en zo zijn er nog vele andere. Die passen toch prima in een tuin of openbare ruimte?

Wat de wilde bijen betreft daar is het weer net even iets anders. Die verzamelen stuifmeel van bloeiende planten voor hun voortplanting (ref 2) .We kennen natuurlijk de honingbij, die vliegt van half februari tot en met half november tegenwoordig. Dat betekent dat ze niet van één plant afhankelijk kunnen zijn, want vrijwel geen enkele plant bloeit het hele seizoen. De honingbij is dan ook een stuifmeelgeneralist ofwel een polylectische bijensoort. 

Er zijn ook andere stuifmeelgeneralisten zoals bijvoorbeeld de rosse metselbij. Deze vliegt echter maar een paar maanden in het voorjaar. Ze is wel een véél effectievere bestuiver dan de honingbij, met name voor fruit. (ref 3) . Voor je tuin of moestuin is het dus een prima aanwinst om een bijenhotel te hebben óf je struiken en planten zó te snoeien dat de bijen erin kunnen nestelen (ref 4). Zo zijn er een heel aantal van deze stuifmeelgeneralisten, die telkens op andere tijden in het jaar vliegen.

Veel hommelsoorten zijn ook stuifmeelgeneralisten. Ook deze vliegen op verschillende tijdstippen, zo vliegt de weidehommel al vroeg in het jaar én soms hebben ze zelfs twee generaties in één jaar, de akkerhommel , bijv.

Stuifmeelspecialisten

Een andere groep bijen, in Nederland zo’n 82 soorten, zijn stuifmeelspecialisten, ook wel oligolectische bijen genoemd. Wat is dat ? Dat betekent dat deze soorten van specifieke plantenfamilies of planten hun stuifmeel halen. Zo hebben we 16 soorten, bijv. de geelstaartklaverzandbij of de donkere zandbij, die afhankelijk zijn van vlinderbloemen (Fabaceae), de. Maar liefst  80% van deze soorten staat op de rode lijst (ref 5). Welke planten zijn dat dan? Wel, bijvoorbeeld wikkes, lathyrussen, honingklavers, rolklavers, rode klaver, witte klaver.

Zo hebben we 19 soorten die van composieten (Asteraceae) afhankelijk zijn. Sommige zijn héél gemakkelijk zoals het tronkenbijtje welke vrijwel alle composieten gebruikt. Ook de wormkruidbij en de kruiskruidzandbij gebruiken ze. Andere zoals de pluimvoetbij en roetbijen gebruiken alleen planten uit de onderfamilie Cichorioideae. Welke planten zijn dát dan ? Dat zijn o.a. de havikskruiden, leeuwentanden, bitterkruiden, biggenkruiden en streepzaden én natuurlijk cichorei. 

Negen soorten halen hun stuifmeel uitsluitend van wilgen (Salix spp.), bijv. de grijze zandbij en ook negen soorten van de klokjes (Campanula spp. ), o.a. de grote klokjesbij en de klokjesdikpoot. Sommige soorten hebben een exclusieve relatie met hun drachtplanten, zoals de ranonkelbij, de kattenstaartdikpoot, de knautiabij en de klimopbij, welke resp. op boterbloemen, kattenstaart, beemdkroon en klimop vliegen.  

Vliegtijdstip

Verder is er nog een andere groep bijen soorten de zogenaamde beperkt stuifmeelgeneralisten (beperkt polylectisch), ook zo’n 44 soorten . Deze soorten hebben een zéér sterke voorkeur voor bepaalde planten doch zijn en niet 100% exclusief van afhankelijk. De andoornbij en een groot aantal lángtongige hommel soorten horen tot deze groep. De andoornbij vliegt op lipbloemen en de langtongige hommelsoorten, bijv. de moshommel en de grashommel zijn gebaat bij, rode klaver, smeerwortel en ook lipbloemen. Voorwaarde is wel dat dit type planten er wel zijn (Ref 6) Bij deze groep is het opvallend dat veel van deze soorten lipbloemen en ook vlinderbloemen prefereren.

Natuurlijk is niet alleen het voorkomen van de planten belangrijk, ook het vliegtijdstip van de bijensoort. Zo is het wel duidelijk dat de soorten die van het stuifmeel van wilgen afhankelijk zijn vroeg in het jaar vliegen van maart t/m mei en die van de  klokjes afhankelijk zijn ten tijde van de bloei van de inheemse klokjes soorten vliegen. Dat is meestal van mei t/m augustus. De bijensoorten die van vlinderbloemen afhankelijk zijn spreiden zich over een heel aantal maanden, sommige vliegen al in april, andere pas in juni t/m sept.  De bijensoorten die van composieten afhankelijk zijn, vliegen verspreid van april t/m sept/okt. De klimopbij vliegt pas héél laat van augustus t/m oktober.

Als een soort niet belangrijk is voor het bestuiven van ons eigen voedsel, is ze dan niet belangrijk? Zouden we met honingbijen toe kunnen? Nee dat kunnen we niet. Hommels zijn in ons land bijv. de enige groep die de planten uit de nachtschade familie (Solanaceae) (zie voorbeeld akkerhommel zwarte nachtschade kunnen bestuiven en de slobkousbij kan als vrijwel enige de grote wederik en boswederik bestuiven. Honingbijen kunnen er niets mee. Langtongige hommels kunnen o.a. de bloemen van  bonen met diepe kelken bestuiven of bijvoorbeeld de akelei.

Klimopbij.

Bijen zijn bovendien belangrijk voor het functioneren van onze algehele biodiversiteit en niet alleen voor de planten die wij zelf eten, getuige óók de vogels die zaden en vruchten van een hele reeks bloemen eten. Bloemen die bestoven kunnen worden door meerdere soorten profiteren daar ook van omdat elke soort ze weer op net even andere manier de plant bestuift en bloemmorfologie soms goed aangepast is aan de specialisten onder de bestuivers of andersom. De genetische diversiteit in planten is óók gebaat bij goede bestuiving.

Brandnetel

Je ziet het. Zonder waardplanten voor vlinders géén rupsen en zonder drachtplanten voor de stuifmeelspecialisten en beperkt stuifmeelspecialisten geen grote diversiteit in bijensoorten én een beperktere bestuiving.

Als het over waardplanten gaat wordt meestal de brandnetel genoemd. Er zijn echter juist óók heel veel erg mooie planten, die prima toepasbaar zijn in borders en bloemenweides, die de biodiversiteit helpen vergroten. De planten die wilde bijen gebruiken zijn dat eigenlijk allemaal wel. 

Sommige bijensoorten zijn verdwenen in ons land. Bijvoorbeeld de oranje zandbij, die blauwe knoop en duifkruid als drachtplant gebruikt. Kunnen we haar en de andere verdwenen soorten weer terug krijgen? Vast wel als we deze planten toepassen.  

Wankja Ferguson verzorgt cursussen over het onderwerp, bijvoorbeeld ‘Biodivers ontwerpen’ bij de Ontwerpacademie en op verzoek kan ze ook een weekend cursus organiseren op een door u gewenste plek.

Nieuwsbrief

Meld u aan om nieuws & updates te ontvangen.

Contact

Michel van Strijp

Projectmanager

Benieuwd naar de mogelijkheden? Ik vertel u graag alles over onze samenwerkingspakketten.

0%

    Stuur ons een bericht

    GREENPRO - Altijd als eerste op de hoogteSchrijf je in voor
    onze nieuwsbrief

    Ontvang de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van tuin- en groenprofessionals.

    Wij gebruiken cookies. Daarmee analyseren we het gebruik van de website en verbeteren we het gebruiksgemak.

    Details