Tagarchief: NL Greenlabel

Register Duurzame Leefomgeving gelanceerd

pag-1-artikel-kijk-op-oost-Nederland_0001
Lees het gehele artikel

‘Duurzaamheid moet meetbaar zijn voordat het impact maakt’

Lodewijk Hoekstra, oprichter van NL Greenlabel, vindt dat aandacht voor duurzaamheid niet voldoende is, en dat er meer actie nodig is. “Groen wordt nu gezien als decoratie en nog niet als ecologische toegevoegde waarde.” NL Greenlabel werkt daarom al jaren aan het meetbaar maken van duurzaamheid, groen en biodiversiteit. Om dat nog inzichtelijker te maken, lanceren ze het Register Duurzame Leefomgeving (RDL).

Volgens Hoekstra moet het aantoonbaar zijn hoe duurzaam je als bedrijf handelt. Hij vertelt: “Als je dat meetbaar kunt maken, is het veel eenvoudiger om afspraken te maken. Je weet op voorhand precies welke milieu-impact je maakt of kunt maken. Dat maakt werken aan je ambities ook veel makkelijker.” Hij ziet duurzaamheid als iets dat voor de hele keten geldt. “Denk aan biologische planten, die nu heel hoog aangeschreven zijn. Als dat een palmboom is uit Italië, is er geen aandacht voor het transport van de boom en dan hou je nul ecologische waarde over. Dat is een hele eenzijdige blik op duurzaamheid. Dat moet veranderen.”

Lodewijk Hoekstra, mede oprichter van NL Greenlabel.

Duurzaamheid verankeren

NL Greenlabel maakt het mogelijk om naar het totaalplaatje te kijken. Dat doen ze bijvoorbeeld in de vorm van gebiedslabels. Deze labels laten zien hoe het staat met de duurzaamheid van een gebied op brede schaal. Denk aan thema’s als klimaatbestendigheid, biodiversiteit, maar ook burgerparticipatie en de borging van duurzaamheid in het beheer. “Alle informatie over de duurzaamheid van een gebied is samengevat in het label.” De volgende stap voor NL Greenlabel was het inzichtelijk maken van deze informatie. Er kwam steeds meer openbare data beschikbaar in lijn met deze thema’s, waardoor het idee ontstond om het label te digitaliseren. “Het Register Duurzame Leefomgeving (RDL) speelt in op de toename van informatie”, aldus Hoekstra.

Alles op één plek

Het RDL is een kennisportaal dat de verschillende aspecten van duurzaamheid koppelt aan geodata. “Je koppelt ons gebiedslabel aan geodata door middel van een ‘NL Omgevingsscan’, en dat zegt ontzettend veel over een gebied. Denk bijvoorbeeld aan informatie over het klimaat, de mate van gezondheid en de biodiversiteit. Maar dat is alleen maar de info, en dan moet je als gebruiker nog de stap naar de praktijk maken. Dat is waar het RDL van pas komt.” Het RDL biedt als aanvulling op data ook meer praktische zaken. “Een volledig geautomatiseerd rapport met handelingsperspectieven, inclusief kosten- en batenanalyses. Door geodata te analyseren kun je pas écht wat zeggen over de impact van de maatregelen die we nemen, omdat we de maatregelen monitoren.”

Met behulp van NL Terreinlabel Experts is het mogelijk om de data uit het RDL om te zetten naar acties. “De opgeleide experts hebben verstand van de labels, het meetbaar maken van de belangrijke aspecten én praktijkervaring. Dat is een ideale combinatie die voor groenvoorzieners echt nuttig gaat zijn.” Uiteindelijk gaat het Hoekstra en NL Greenlabel om een integrale aanpak. “Ik vergelijk het graag met het energielabel. Daar staat een score op én praktische stappen om het label te verbeteren. Maar waar een energielabel alleen om energie gaat, gaat ons label over de integrale duurzaamheid van de buitenruimte.

NL Gebiedslabel

Hoe ziet dat er dan in de praktijk uit? Hoekstra geeft een voorbeeld: “Het aanleggen van een daktuin is tegenwoordig ontzettend populair. Iedereen wil vergroenen en dit is een ideale oplossing. Het verkoelt je huis, het is ook nog eens goed voor waterberging. Geen nadelen, zou je zeggen. Maar door er breed naar te kijken zie je ook andere kanten. Een daktuin kan leiden tot het afgraven van kwetsbare gebieden voor grond of tot veel meer watergebruik. Je weet pas of iets écht werkt als je dieper in de keten kijkt en duurzaamheid echt meetbaar maakt. Dat is wat we doen als NL Greenlabel en het RDL is daar weer een volgende stap in.”

Inzicht boven alles Hoekstra kan er heel kort over zijn. “Wat voor werkzaamheden we ook uitvoeren, van het inrichten van een tuin tot het uitlichten van bepaalde producten, inzicht is altijd het belangrijkst. Waarom is iets duurzaam? En hoe duurzaam is het precies? Dat is kennis die echt nuttig is voor mensen.”

Volgens Hoekstra zijn er veel groenprofessionals die de wereld beter willen maken met groen. “Om daar echt aan bij te dragen heb je kennis en instrumenten nodig. Dat gaan we aanbieden. De charme van NL Greenlabel ligt in ons netwerk. We combineren architecten met wetenschappers en mensen uit de bouw. Dat levert ons brede kennis op, van zadenmengels tot duurzame materialen. Dat is dan weer ideaal voor groenprofessionals.”

De zoektocht naar duurzaamheid is voor iedere groenprofessional anders. “Iedereen gaat daar natuurlijk anders mee om. Het einddoel voor ons is een grote, groene golf. Hoe meer partijen er aanhaken bij NL Greenlabel, hoe relevanter we worden. Als we meer autoriteit hebben als platform, kunnen we ook meer. Je ziet nu dat de groene sector nog bestaat uit eigen eilandjes. Als we verbindingen kunnen creëren, gaat die duurzame ontwikkeling sneller. Zo werken we samen aan een groene toekomst.”

NL Greenlabel lanceert het Register Duurzame Leefomgeving (RDL) om duurzaamheid, groen en biodiversiteit meetbaar te maken.

De lange termijn

Wat Hoekstra nog wel eens terugkrijgt, is dat groenprofessionals zich zorgen maken over het contact met overheden vanuit NL Greenlabel. “Als we het goed willen aanpakken, kunnen we niet alleen met de sector blijven praten. We moeten ons bewust zijn van het ecosysteem waar we in werken. Als door onze inspanning, groen meer waardering krijgt in overheidsbeleid, profiteert de hele sector daarvan. Maar uiteindelijk blijven we natuurlijk de stem van de groene sector.”

Groene Stad Challenge geeft gemeenten grip op vergroening

sweco-amsterdam-vondelpark-3734-hr
Lees het gehele artikel

Initiatief biedt 0-meting van al het groen in Nederland

Vijfentwintig deelnemende gemeenten, dat was vorige zomer de doelstelling van de initiatiefnemers achter de Groene Stad Challenge 2021. Ambitieus, maar met tv-tuinman Lodewijk Hoekstra als ambassadeur en gerenommeerde partijen Sweco en Husqvarna als mede-uitdagers moest het te doen zijn. Het bleek een schot in de roos: er deden maar liefst 104 gemeenten mee met de eerste editie van de challenge. Afgelopen januari werd de uitslag bekendgemaakt. Bij de steden eindigde gemeente Rijswijk (ZH) op een verrassende eerste plaats, bij de dorpen bleek Bloemendaal (NH) het groenst.

Joeri Meliefste, adviseur stedelijk groen en klimaatadaptatie bij Sweco.

Toch is de challenge niet bedoeld als een wedstrijd welke gemeente de  groenste is. “Het gaat om het inzicht dat we bieden. De challenge is eigenlijk de eerste nationale nulmeting van al het groen in de bebouwde omgeving van Nederland. Dat is voor gemeenten heel waardevol”, zegt bedenker en ambassadeur Lodewijk Hoekstra.

Groen in zicht

De Groene Stad Challenge is een idee van Hoekstra zelf, die landelijke bekendheid geniet als de voormalig tv-tuinman van Eigen Huis & Tuin. Maar Hoekstra doet nog veel meer. Zo is hij oprichter van NL Greenlabel, de netwerkorganisatie die hij samen met landschapsontwerper Nico Wissing heeft opgezet en die inmiddels is uitgegroeid tot een speler van formaat als het gaat om vergroening van de leefomgeving. Lodewijk: “Toen we tien jaar geleden met een aantal gelijkgestemde bedrijven uit de groene sectorNL Greenlabel begonnen, was er bij overheden nauwelijks aandacht voor zaken als duurzaamheid, klimaatadaptatie of biodiversiteit. Gelukkig is dat nu anders. Tegenwoordig wil elke zichzelf respecterende gemeente aan de slag met vergroening. Vaak krijg ik de vraag: hoe dan? Waar kunnen we ons beleid op baseren? Om gemeenten met deze vragen te helpen, hebben we de challenge bedacht. Door letterlijk in kaart te brengen waar het groen en grijs zich in hun gemeente bevindt en welk handelingsperspectief er is voor de gemeenten.”

Tv-tuinman, oprichter van NL Greenlabel en bedenker van de challenge, Lodewijk Hoekstra.

HUGSI

Voor het in beeld brengen van het groen in elke gemeente is het Zweedse Husqvarna aangehaakt bij de Groene Stad Challenge. Op het eerste gezicht een opmerkelijke partner. Hoekstra. “Net als iedereen kende ik Husqvarna vooral als kwaliteitsmerk van tuinmachines en gereedschap. Een paar jaar geleden ontdekte ik dat het bedrijf ook initiatiefnemer is van HUGSI, de Husqvarna Urban Green Space Index. Hiermee wordt op basis van satellietdata wereldwijd het groen in steden in kaart gebracht en wordt een ranking van de groenste steden ter wereld gepresenteerd. Vanuit NL Greenlabel zag ik hierin een prachtige kans om de kwantitatieve data van HUGSI te verrijken met de meer kwalitatieve benadering die we binnen NL Greenlabel hebben ontwikkeld. Erik Swan van HUGSI was enthousiast over een mogelijke samenwerking, vandaar dat we eind 2019 een meerjarig partnerschap met Husqvarna zijn aangegaan. De Groene Stad Challenge is rechtstreeks voortgekomen uit dit partnerschap.”

Prinses Amaliaplein in Amsterdam.

IJzersterke combinatie

De derde partner achter de Groene Stad Challenge is Sweco, een internationaal opererend advies- en ingenieursbureau dat over veel kennis, projectervaring en knowhow op het gebied van data-analyses beschikt. Joeri Meliefste, adviseur stedelijk groen en klimaatadaptatie bij Sweco, hoorde over de samenwerking tussen NL Greenlabel en HUGSI en zag de mogelijkheden om de brede expertise van Sweco aan de challenge te koppelen. Meliefste: “Toen ik via Lodewijk meer te weten kwam over het plan voor de challenge dacht ik direct: als we vanuit Sweco ons netwerk en onze kennis van data kunnen inbrengen in deze samenwerking, dan ontstaat een ijzersterke combinatie waarmee we van grote waarde kunnen zijn voor Nederlandse gemeenten, provincies en bedrijven.”

De prijswinnaars en organisatoren van de Groene Stad Challenge: v.l.n.r. Bart van Hal (Husqvarna) Joeri Meliefste (Sweco) Jacqueline van Dongen (gemeente Zwijndrecht) Armand van de Laar (gemeente Rijswijk) Ingrid Lambregts (gemeente Doetinchem) Harm Edens (presentator) Wouter Catsburg (gemeente Zeist) Henk Wijkhuisen (gemeente Bloemendaal) Lodewijk Hoekstra (NL Greenlabel)

Nationale nulmeting

En zo werd in het voorjaar van 2021 het plan bedacht voor de Groene Stad Challenge. Hoekstra: “Ik ben ook ambassadeur van het NK Tegelwippen, een ludieke en succesvolle campagne om gemeenten uit te dagen tegels te vervangen voor groen. Een leuke actie die veel positieve reacties krijgt. Zo kwam ik op het idee voor een ‘wedstrijd’ tussen gemeenten om de titel Groenste Stad of Groenste Dorp van Nederland. Maar in wezen gaat het niet om winnen of verliezen maar is de challenge vooral een middel om beleidsmakers en inwoners te stimuleren na te denken over groen in hun gemeente. Vanuit de challenge maken we inzichtelijk hoe het staat met de natuur binnen hun leefomgeving en kunnen we ze helpen met concrete handelingsperspectieven bij het vraagstuk van vergroening. We bieden in feite een nationale nulmeting van al het groen in de bebouwde omgeving en geven aan waar het groener kan: best wel uniek.” 

Diverse databronnen

Dat klinkt mooi, een nationale nulmeting, maar wat wordt er precies gemeten en hoe? Joeri Meliefste legt uit: “We gebruiken diverse databronnen, zoals het platform Publieke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK), de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en de meest recente gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Door gebruik te maken van zeer recente luchtfoto’s kunnen we tot op 50 cm nauwkeurig zien waar het groen zich bevindt en om wat voor soort groen het gaat: bomen, struiken of gras.” Op basis van de data wordt vervolgens per gemeente op wijk- of buurtniveau een analyse gemaakt waarbij gekeken wordt naar een vijftal indicatoren (KPI’s). We kijken naar zaken als groen versus verharding, de oppervlakte van het openbaar stedelijk groen per inwoner maar ook naar de gezondheid van het groen. Op de website van de challenge hebben we een gedetailleerde uitleg van deze methodiek gezet, zodat iedereen kan zien hoe we te werk gaan.”

Vergroeningspotenties

De meting is een opstapje naar wat Hoekstra en Meliefste misschien wel de belangrijkste opbrengst van de challenge noemen: de vergroeningspotenties. Hoekstra: “We hebben bewust gekozen voor een challenge, dus geen verkiezing. Maar als we gemeenten uitdagen om meer te vergroenen, willen ze natuurlijk ook weten waar en hoe. Daarom brengen we de vergroeningspotenties in kaart.” Meliefste: “Aan de hand van zeven vergroeningspotenties geven we gemeenten gedetailleerd inzicht in de plekken die groener kunnen. Dan kun je denken aan plaatsen waar zinloze verharding ligt, parkeervakken en daken die groener kunnen, plekken die geschikt zijn om meer te bomen planten etc. Maar ook particuliere tuinen nemen we mee, zodat gemeenten ook inzicht krijgen in het groen dat ze niet zelf beheren en de potenties die daar liggen om te vergroenen. En die zijn aanzienlijk, 50 procent van de tuinen kunnen nog meer dan 30 procent vergroend worden. Veel gemeenten vinden dat heel waardevol.” 

Vergelijking

Dat laatste geldt zeker voor de gemeente Doetinchem, die bij de eerste editie van de challenge een mooie top-10 notering behaalde en extra werd beloond met de prijs voor de gemeente met het meeste groen per inwoner. Wethouder Ingrid Lambregts tijdens de prijsuitreiking:  “Doetinchem is een compact gebouwde stad met veel gemeentegroen. Maar bij deze prijs gaat het niet alleen om het groen van de gemeente maar ook om particuliere tuinen. Een hele mooie score dus!” Over de vraag waarom Doetinchem mee heeft gedaan met de challenge hoeft Lambregts niet lang na te denken. ‘Op zich weten onze mensen wel dat we een groene gemeente zijn en waar we nog zaken kunnen verbeteren, maar het gaat mij vooral om de vergelijking. Dat vind ik zo interessant aan dit onderzoek.” Wethouder Jacqueline van Dongen van de gemeente Zwijndrecht (prijs voor de beste groenspreiding) valt haar bij: “We hebben gehoor gegeven aan Lodewijks oproep omdat we graag objectief willen weten waar we staan, hoe we het doen ten opzichte van andere gemeenten.”   

Maatstaven voor groen

Bij die vergelijking gaat het niet om een competitie, benadrukken de initiatiefnemers nogmaals, maar om het ontwikkelen van maatstaven voor groen. Wat is het minimum dat elk dorp en elke stad aan groen moet hebben? Daar zijn inmiddels diverse uitgangspunten voor bedacht, zoals ‘iedere inwoner moet op vijf minuten loopafstand in een park of plantsoen terecht kunnen’ of de zogeheten ‘3-30-300-regel’. Om kennis uit te wisselen over dit soort onderwerpen heeft Koninklijke Vereniging Stadswerk speciaal voor gemeenten die meedoen aan de challenge een Community of Practice in het leven geroepen. Ook Stichting Steenbreek, waar veel gemeenten al bij zijn aangesloten, is nauw betrokken bij de Groene Stad Challenge. Hoekstra is blij met deze samenwerkingen. “Stadswerk is een netwerk van gemeenten, zij weten alles van beleidsvorming en hoe je door samen te werken ‘best practices’ kunt ontwikkelen. Steenbreek is natuurlijk dé partner als je als gemeente initiatieven wil ontwikkelen met bewoners. Dat deze partners zijn aangesloten bij de Groene Stad Challenge zegt echt wat over de impact ervan.”

Meer impact

Die impact moet nog veel groter worden, benadrukken Hoekstra en Meliefste. “Bij de editie van 2021 deden in 104 gemeenten en vier provincies mee, waardoor we ongeveer één derde van Nederland hebben kunnen analyseren. Hartstikke mooi natuurlijk, maar we willen méér. Het doel is om heel Nederland, dus alle 344 gemeenten in alle provincies in kaart te brengen en te vergroenen. Met name de grote gemeenten blijven nog wat achter, dus die willen we de komende editie extra aandacht geven”, zegt Hoekstra. Wat daarbij helpt is dat provincies de Groene Stad Challenge ook ondersteunen. De afgelopen editie faciliteerden de provincies Zuid-Holland, Noord-Holland, Utrecht en Gelderland gemeenten om mee te doen met de challenge. “Voor komende editie hopen we dat ook de overige provincies zich hierbij aansluiten. Want uiteindelijk willen we allemaal hetzelfde: een groen, gezond en gelukkig Nederland. De Groene Stad Challenge helpt gemeenten om dat te realiseren. Daar gaan we voor!”

Op welke vragen geeft de Groene Stad Challenge antwoord?

  • Hoe groen is mijn stad of dorp en hoe verhoudt dit zich tot andere dorpen en steden in Nederland?
  • Hoe groen zijn de verschillende buurten in mijn stad of dorp?
  • Hoe groen zijn de tuinen per buurt?
  • Hoe groen is de openbare ruimte in mijn stad of dorp?
  • Hoeveel vierkante meter openbaar groen heeft iedere inwoner tot zijn beschikking?
  • Waar bestaat het stedelijk groen uit in mijn stad of dorp (lage vegetatie, struiken of bomen)?
  • Hoe is de verdeling van het stedelijk groen (bomen, struiken en lage vegetatie) over de stad of uw dorp?
  • Hoeveel m2 kroonoppervlakte aan bomen zijn er in mijn stad of dorp en hoe is dit verdeeld over de stad?
  • Hoe gezond is het stedelijk groen in mijn stad of dorp (op basis van NDVI)?

Kijk voor meer achtergrondinformatie en inschrijven op www.groenestadchallenge.nl

Vergroeningspotentie: ‘zinloze verharding’.
Vegetatiekaart

NL Greenlabel wil een andere visie op omgevingsontwikkeling

Amphion-park-wilde-bloemenweide
Lees het gehele artikel

Natuurinclusief denken én handelen bij aanleg en verbeteren gebieden

De samenleving wordt zich steeds meer bewust van de noodzaak om gebieden duurzaam te ontwikkelen. Hoe definieer je echter doelstellingen en hoe meet je dan of die doelen gehaald worden? NL Greenlabel heeft een ‘Integraal afwegingskader duurzame leefomgeving’ ontwikkeld om verduurzaming meetbaar en dus kwantificeerbaar te maken. We spreken Lodewijk , één van de oprichters van en tevens één van de drijvende krachten achter NL Greenlabel over hun motieven en ambities.

Hoekstra steekt gepassioneerd van wal: “Een jaar of tien geleden zijn we gestart met NL Greenlabel. We wilden de vergroening van Nederland beter op de kaart zetten en hebben daarvoor een methode ontwikkeld. Door verduurzaming en vergroening meetbaar te maken, kun je ook daadwerkelijk bepalen hoe groen en duurzaam iets is. Dit gaat van planten en materialen, tot tuinen, terreinen en gebieden. Voor elk specifiek deelgebied hebben we zaken gekwantificeerd. De noodzaak hiervan zagen we reeds lang geleden in en toen liepen we daarin al voorop. We hebben inmiddels een echt merk opgebouwd en zijn nu nog steeds koploper als het gaat om onder andere terrein- en gebiedsontwikkeling. Ik ben echt trots op wat we bereikt hebben.”

De buitenruimte van het kantoorpand van Waterschap Rijn en IJssel is nog zo’n mooi voorbeeld van duurzaam groen met NL Greenlabel.

Terrein- en gebiedslabels

Een groot deel van onze openbare ruimte bestaat uit terreinen en gebieden. NL Greenlabel wil een wezenlijke en vooral meetbare bijdrage leveren aan klimaatadaptatie, energietransitie, verlies van biodiversiteit en verdere vergroening van ons land. Daar dient tevens een breed maatschappelijk draagvlak voor te worden gecreëerd. Ondanks dat de doelstellingen voor beiden hetzelfde zijn, verschilt de benadering tussen terreinen en gebieden wel van elkaar. Voor de terreinen, denk dan aan gebouwen of clusters van gebouwen met hun directe omgeving, zijn een behoorlijk aantal experts opgeleid die verbeteringsvoorstellen voor inrichting van industrieterreinen, (recreatie)parken en golfbanen kunnen doen. Die experts zijn mensen met een schat aan ervaring op het gebied van landschapsontwerp en terrein-inrichting. Ze zijn opgeleid tot NL Terreinlabel Expert en mogen exclusief de NL Terreinlabel-methodiek gebruiken om eigenaren beter te adviseren.

Bij de verduurzaming van hele gebieden is de situatie en daarmee de aanpak complexer. Vaak zijn er bij deze projecten een groter aantal belanghebbenden betrokken waardoor er meerdere personen vanuit NL Greenlabel ingezet worden. Voor ontwikkelaars, gemeenten en bijvoorbeeld corporaties helpt een dergelijk kader om te komen tot kwantificeerbare ambities in de planvorming. Als rode draad loopt uiteraard weer de kwantificering van de verduurzaming door de projecten heen: men wil het resultaat kunnen meten. De rol van NL Greenlabel is het begeleiden van deze processen en het daadwerkelijk certificeren op een onafhankelijke wijze.

Lodewijk Hoekstra: ‘Een groene en duurzame inrichting moet een integraal onderdeel zijn bij de ontwikkeling van terreinen en gebieden.’

Rol groensector

Hoekstra vervolgt zijn betoog: “Op alle niveaus van NL Greenlabel speelt de groensector als totaal een zeer belangrijke rol. Er is zo veel kennis en kunde aanwezig bij groenvoorzieners, ecologen, beheerders en anderen. Het is alleen zaak deze kennis tijdig te ontsluiten en te borgen in een ontwikkeling van visievorming tot en met realisatie en de beheerfase. Met de NL Gebiedslabels kun je ambities kwantificeerbaar maken en de kwaliteit beter borgen, wat er in de praktijk op neer komt dat de rol van de groene expert ook beter tot zijn recht komt en men niet pas aan het einde van het proces er nog wat decoratie-groen in mag fietsen tegen knalprijzen. NL Greenlabel is die satéprikker waar alles opgeprikt wordt, het is de paraplu waar alles onder hangt.”

Zo ziet het certificaat NL Greenlabel Gebiedslabel A eruit. Dit exemplaar is toegekend aan Maanwijk te Leusden.

Groene Stad Challenge

Een mooi voorbeeld van een concreet en recent project is de ‘Groene Stad Challenge’. Hierin worden gemeenten opgeroepen om deel te nemen om zo hun mate van vergroening in kaart te laten brengen en vervolgens daar op te handelen. Hoe groen zijn de tuinen in je stad of dorp? Hoeveel openbaar groen is er? Waaruit bestaat het stedelijk groen en hoe is de verdeling tussen bomen, struiken en lage vegetatie? Allemaal vragen (en er zijn er nog veel meer) waar de deelnemende gemeenten antwoorden op krijgen. Door iets met de gekwantificeerde antwoorden te doen en dat gedurende drie jaar te meten, wordt verduurzaming en vergroening van stedelijke gebieden gestimuleerd. Want…. “Mag het nog wat groener?”  

NL Greenlabel verwelkomt Raad van Advies

RvA-NL-Greenlabel-9-9-2021-def
Lees het gehele artikel

In de groensector is men redelijk goed op de hoogte hoe slecht het gesteld is met de biodiversiteit in Nederland. Maar hoe zorgen we ervoor dat meer organisaties/sectoren hiervan af weten? En belangrijker nog, hoe zij hiernaar gaan handelen om te werken aan herstel? Kortom, hoe kunnen we samen meer positieve impact maken?

De op 8 september jl. geïnstalleerde Raad van Advies gaat samen met NL Greenlabel actief aan de slag om te werken aan het herstellen en verrijken van de biodiversiteit in Nederland. “De mussen zijn met 50% afgenomen sinds 1980, dat is zeer zorgelijk. Een landelijk keurmerk kan bijdragen aan het herstel van biodiversiteit, daarvoor wil ik mij inzetten. Want als de mussen niet meer in onze wijken kunnen overleven, moeten we ons ook zorgen gaan maken over onze eigen leefomgeving”, aldus Onno Dwars, CEO Ballast Nedam Development. 

Wetenschappelijke Raad van Advies én nu ook Raad van Advies

“Naast de gewaardeerde Wetenschappelijke Raad van Advies en het omvangrijke aangesloten partnernetwerk van NL Greenlabel, is er nu een onafhankelijke Raad van Advies”, zegt Lodewijk. “De Raad van Advies is een afspiegeling van de verschillende stakeholdergroepen van NL Greenlabel. De Raad van Advies voorziet de organisatie van gevraagd en ongevraagd advies over de impact die zij door haar diensten en producten kan bereiken, en wat ervoor nodig is om dat ook daadwerkelijk te bereiken. Daarmee versterkt de Raad van Advies de onafhankelijkheid van NL Greenlabel. We zijn dankbaar dat deze prominenten hun naam willen verbinden aan de Raad van Advies van
NL Greenlabel, aldus Nico en Lodewijk”.

De Raad van Advies bestaat uit: Onno Dwars, CEO Ballast Nedam Development (voorzitter), Roel van Dijk, directeur Stichting Steenbreek, Koos Biesmeijer, wetenschappelijk directeur Naturalis, Harwil de Jonge, directeur Heijmans Vastgoed (vicevoorzitter), Jelle de Jong, directeur IVN en Egbert Roozen, bestuursvoorzitter Koninklijke VHG.

Vijfentwintig gemeenten melden zich voor de Groene Stad Challenge 2021, tweede inschrijfronde geopend.

Unknown
Lees het gehele artikel

Wat deze gemeenten bindt is de ambitie om hun stad of dorp te vergroenen. Want meer groen is nodig om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen en de biodiversiteit te herstellen. Bovendien zorgt groen voor een prettige en gezonde leefomgeving. Door deelname aan de Groene Stad Challenge krijgen gemeenten op buurtniveau inzicht in de mate van vergroening én in de vergroeningspotenties. Daarnaast maken de deelnemers kans op de titel ‘Groenste stad of dorp van 2021’. Gemeenten die zich ook willen opgeven kunnen dat tot half oktober doen via de website groenestadchallenge.nl.

Data-analyse

Elke gemeente wil vergroenen, maar de vraag is hoe? Lodewijk Hoekstra, namens NL Greenlabel een van de initiatiefnemers van de Groene Stad Challenge, gelooft dat het begint bij inzicht. Welke buurt heeft hoeveel groen? Hoeveel groen heeft iedere inwoner tot zijn beschikking? Waar ontbreekt het juist aan beplanting? Lodewijk: “De Groene Stad Challenge is een samenwerking tussen ingenieursbureau Sweco, Husqvarna en NL Greenlabel. Gezamenlijk hebben we de expertise om op basis van data-analyses, satellietbeelden, luchtfoto’s en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) diepgaand inzicht te geven in de mate van vergroening van elke wijk of buurt in Nederland. Zo kunnen we deelnemende gemeenten helpen om slimmer en effectiever te vergroenen. En we kunnen laten zien hoe goed ze het doen ten opzichte van andere gemeenten. Iedereen wordt uitgedaagd het nog iets groener te maken, dat is de challenge!”

Vergroeningspotenties

De gemeente Zwijndrecht was een van de eerste gemeenten die zich aanmeldde voor de Groene Stad Challenge. Wethouder Jacqueline van Dongen benadrukt dat groen in de gemeente belangrijk is in de strijd tegen wateroverlast en hittestress. “En we weten allemaal dat groen ook bijdraagt aan gezondheid en geluk, dus aan het welbevinden van onze inwoners”, aldus de wethouder. “Zwijndrecht is een groene gemeente, maar door alle opgaven, zoals woningbouw, energietransitie en toenemend verkeer staat de groene ruimte onder druk. Het is een hele puzzel om al onze ambities te realiseren. Daarom doen wij mee aan de Groene Stad Challenge, want daarmee krijgen we goed inzicht in onze vergroeningspotenties.”

Diversiteit aan deelnemers

Een brede diversiteit aan gemeenten uit het hele land, waaronder grote steden als Dordrecht, Breda, Hilversum, Enschede en Apeldoorn hebben zich al aangemeld. Ook voor gemeenten zoals Deurne, Bunnik, Raalte en Diemen is meedoen aan de challenge interessant. Alle deelnemers worden drie jaar lang gemonitord en ontvangen inzichten met betrekking tot de mate van vergroening én hun vergroeningspotenties. Tijdens de Vakbeurs Openbare Ruimte, die op 22 en 23 september in de Utrechtse Jaarbeurs wordt georganiseerd, zullen de eerste resultaten bekend worden gemaakt. In januari 2022 volgt de bekendmaking van de ‘Groenste stad of dorp van Nederland’.

De volgende gemeenten hebben zich reeds aangemeld: Apeldoorn, Breda, Bunnik, Deurne, Diemen, Dordrecht, Enschede, Helmond, Hilversum, Maassluis, Neder-Betuwe, Ouder-Amstel, Raalte, Rijswijk, Tilburg, Uden, Utrechtse Heuvelrug, Venlo, Vught, Waalwijk, West Betuwe, Westland, Zoeterwoude, Zwijndrecht.

Gemeenten kunnen zich t/m 15 oktober inschrijven voor de tweede ronde van de Groene Stad Challenge. De Groene Stad Challenge wordt georganiseerd door Sweco, Husqvarna en NL Greenlabel. Kijk voor meer informatie en het inschrijfformulier op www.groenestadchallenge.nl 

Koninklijke VHG, NL Greenlabel en Stichting Steenbreek aan de slag met biodiversiteit in de stad binnen Nationaal Deltaplan Biodiversiteitsherstel

Deltaplan-Biodiversiteitsherstel_ondertekening-plegde-VHG-NL-Greenlabel-Steenbreek_2021-05-19-mei
Lees het gehele artikel

VHG en NL Greenlabel hebben zich onlangs aangesloten bij de coalitie. Stichting Steenbreek was al enige tijd lid.

De woningbouwopgave voor de komende tien jaar legt een enorme druk op zowel het bestaande stedelijke gebied als op de groene ruimte die door bebouwing in beslag wordt genomen. Om het verlies aan biodiversiteit terug te dringen en waar mogelijk te herstellen, moet de stedelijke biotoop zodanig integraal worden ontwikkeld dat planten en dieren er hun plaats kunnen (blijven) vinden. Doel is om te komen tot planontwikkeling die een positieve bijdrage levert aan de lokale ecologie en aan het welzijn en de gezondheid van de bewoners.

Biodiversiteit in het stedelijk gebied

Hoe benutten we het stedelijke gebied voor behoud en versterking van biodiversiteit? Welke interventies, gebaseerd op natuurinclusiviteit (ecosysteemdiensten, natuurinclusief bouwen, en groene infrastructuur) kunnen we hiervoor doen? Hoe stimuleren we de stakeholders in het stedelijke gebied om concrete acties te versnellen? En hoe komen we tot een duurzamer (ecologisch) beheer? Met deze vragen gaan de drie organisaties aan de slag binnen de coalitie van het Deltaplan.

Stevige basis

Aan de basis liggen de door VHG ontwikkelde concepten van De Levende Tuin, Het Levende Gebouw en de Levende Openbare Ruimte en de NL Terrein- en Gebiedslabels van NL Greenlabel. In de aanpak van concrete acties kan daarnaast worden voortgebouwd op de campagnes die Steenbreek landelijk uitvoert en op de resultaten van de Green Deal 1.000 hectare stedelijke natuur.

Acties

De organisaties gaan de komende tijd gezamenlijk een actieplan uitwerken en presenteren aan de overige partners van het Deltaplan. Het doel is om daarmee, naast biodiversiteit in het landelijke gebied, een werkspoor biodiversiteit in het stedelijk gebied aan het Deltaplan toe te voegen en hierin het voortouw te nemen.

Manifest Bouwen voor Natuur pleit voor duidelijke richtlijnen voor natuurinclusief bouwen

Foto-1-Groene-Mient-binnentuin-Den-Haag-©-Groene-Mient-scaled(E
Lees het gehele artikel

Op 10 maart 2021 hebben NL Greenlabel, Natuur en Milieu en Vogelbescherming Nederland het manifest ‘Bouwen voor Natuur’ gelanceerd. Het manifest wil natuurinclusief bouwen nog hoger op de agenda zetten bij de overheid. Lodewijk Hoekstra, medeoprichter van NL Greenlabel: “De tijd is rijp voor de duurzaamheidsgedachte, maar de markt vraagt nu om duidelijke regulering.”

Lodewijk Hoekstra: “Groen heeft een meervoudig rendement”.

“Groen heeft een meervoudig rendement: op gezondheid, sociaal welzijn, op de instandhouding van lokale ecosystemen maar ook op weerbaarheid tegen de extremere weersomstandigheden door de klimaatverandering,’ aldus Lodewijk Hoekstra, medeoprichter van NL Greenlabel.  “Het is de kunst om groen op die punten functioneel toe te passen en niet alleen als decoratie. Dat is de essentie van natuurinclusief inrichten. De overheid heeft zowel een energietransitie- als een bouwopgave, met daarin plannen om een miljoen huizen bij te bouwen. Dat is een ideale kans om natuurinclusief te bouwen voor een duurzame leefomgeving. Er is alleen nog geen landelijke wet- of regelgeving op dit vlak. Het Manifest doet voorstellen voor fysieke wetgeving zoals het Bouwbesluit.”

Regulering nodig vanuit overheidswege

NL Greenlabel is zich ervan bewust dat de kosten voor de duurzaamheidsmaatregelen vaak bij andere partijen liggen dan bij de partijen die baat hebben bij deze maatregelen. Bovendien zien bouwers/ontwikkelaars natuur-inclusieve maatregelen doorgaans nog als een opstapeling van ‘extra’s’ en ‘moetjes’ in plaats van dat zij integraal sturen op kwaliteit. Hoekstra: “Als er wettelijke regelgeving komt omtrent natuurinclusief bouwen, dan nemen bouwers/ontwikkelaars deze maatregelen aan de voorkant mee in hun integrale benadering. Zij zullen ontdekken dat de maatregelen vaak geen extra tijd en of geld kosten. Natuur-inclusieve maatregelen leveren zelfs geld op als duurzame oplossingen voor de heersende problematiek.”

Toch is er ook in de ontwikkel- en bouwwereld al volop beweging gaande. Het manifest Bouwen voor Natuur is niet alleen ondertekend door groene branche- en milieuorganisaties zoals VNG, Bomenstichting, Vogelbescherming en Stichting Steenbreek, maar ook door projectontwikkelaars, architecten, bouwbedrijven, banken en wetenschappers. Harwil de Jonge, directeur van Heijmans Vastgoed, met een missie voor 2023: Makers van de gezonde leefomgeving: “Als je bij het bouwproces nog natuurinclusieve maatregelen moet bedenken, heb je de boot gemist. Natuurinclusief bouwen moet gebeuren in de ontwikkelfase op planniveau. Woningbouw, infra-aanleg en de energietransitie zijn uitgelezen mogelijkheden om groenblauwe verbindingen te maken voor een gezonde leefomgeving. Het manifest is sowieso van belang om partijen wakker te schudden, ook als de manifestinhoud niet tot normen leidt.”

Delen van pragmatische kennis

NL Greenlabel heeft al de nodige winst geboekt. Natuurinclusief bouwen staat sinds 2020 hoog op de agenda bij het Ministerie van LNV, BZK en IenW. Ook zijn LNV en BZK geïnteresseerd in het Nationaal Dashboard Duurzame Leefomgeving als initiatief van NL Greenlabel, Platform 31 en het CROW. Hoekstra: “Het dashboard deelt kennis en handvatten om integraal aan duurzame gebiedsontwikkeling te werken. Het biedt ook een instrumentarium als paraplu voor een gebiedsgerichte aanpak en doet wetenschappelijk onderzoek op dit vlak.”

Labels als gemeenschappelijke taal

Goede bestekstandaarden, richtlijnen en bijvoorbeeld het Ambitieweb dat door publieke opdrachtgevers wordt gebruikt zijn binnen een planopgave vaak nodig en worden op het dashboard straks gezamenlijk aangeboden. Zo ook de diverse labels van NL Greenlabel, die specialist is op het gebied van het meetbaar maken van biodiversiteit, natuurinclusief inrichten en het kwantificeerbaar maken van dergelijke ambities. Hoekstra: “Labels vormen een gemeenschappelijke taal waarin marktpartijen met elkaar aan de slag kunnen gaan. NL Greenlabel heeft feitelijk al panklare richtlijnen in de vorm van de NL Greenlabel-duurzaamheidspaspoorten voor terrein en gebieden. De overheid kan deze zo oppakken.’” Hoe en of fysieke wetgeving rond natuurinclusief bouwen vorm krijgt, zal waarschijnlijk een proces van een aantal jaren beslaan, schat Hoekstra in.