Tagarchief: Tuinaanlegger

Zonevreemd uitbreiden als tuinaanlegger

tuinaanlegger_-kopieren
Lees het gehele artikel

Je wil als tuinaanlegger je zaak uitbreiden en gaat langs bij de gemeente om te bespreken welke mogelijkheden er zijn; de dienst Stedenbouw weet je te vertellen dat een uitbreiding niet kan, omdat je bedrijf zonevreemd gelegen is. Dan is het mogelijk om via een planologisch attest je bedrijf zone-eigen te maken en toch uit te breiden.

Ieder perceel in Vlaanderen heeft met de invoering van het gewestplan eind jaren ’70 een bepaalde bestemming gekregen. Enkele voorbeelden hiervan zijn woongebied, agrarisch gebied, industriegebied, natuurgebied, enzovoort. Later zijn de Bijzondere Plannen van Aanleg (BPA) ingevoerd en vandaag spreken we over Ruimtelijk Uitvoeringsplannen (RUP). Het doel van deze BPA’s en RUP’s is/was om de verouderde gewestplannen te actualiseren. Die BPA’s en RUP’s zijn echter niet dekkend voor heel Vlaanderen; vaak moet men terugvallen op het gewestplan om de bestemming van een perceel te achterhalen.

Afhankelijk van die bestemming, is een bedrijf zone-eigen of zonevreemd. Zone-eigen wil zeggen dat het bedrijf zich in de juiste zone bevindt: een landbouwbedrijf in agrarisch gebied, een staalfabriek in industriegebied, en zo meer. Voorbeelden van zonevreemde bedrijven zijn een lokale bakker in industriegebied, maar evengoed een tuinaanlegger in agrarisch gebied. (Terzijde: een misvatting die vaak voorkomt, is dat mensen het woord ‘zonevreemd’ associëren met ‘niet-vergund’. Alle constructies op een bedrijfssite kunnen correct vergund zijn, maar toch kan het bedrijf zonevreemd gelegen zijn.) Concreet betekent dit dat tuinaanleggers pas zone-eigen zijn in woongebied en gebieden voor ambacht en KMO’s.

Een bedrijf dat vandaag gelegen is in de juiste bestemming, maar wil uitbreiden in zonevreemd gebied, kan – als de uitbreidingswensen de ruimtelijke draagkracht niet overstijgen – gebruikmaken van een planologisch attest.

Als de bevoegde overheid een planologisch attest goedkeurt, is ze verplicht om een RUP op te maken. In de wetgeving is opgenomen dat er maximum één jaar na afgifte van een planologisch attest adviezen opgevraagd zijn over de startnota van het RUP. In mensentaal betekent dit dat de bevoegde overheid de procedure voor het opstarten van een RUP niet links kan laten liggen.

Wetgeving

Om als bedrijf in aanmerking te komen voor het aanvragen van een planologisch attest, moet er aan een van deze twee voorwaarden voldaan zijn:

• het bedrijf is onderworpen aan de milieuvergunningsplicht of meldingsplicht;

• het gaat over een volwaardig land- of tuinbouwbedrijf.

Om als tuinaanlegger in aanmerking te komen, moet het bedrijf dus onderworpen zijn aan de milieuvergunningsplicht of meldingsplicht, aangezien tuinaanlegactiviteiten niet kunnen beschouwd worden als activiteiten van een volwaardig land- of tuinbouwbedrijf.

Om een planologisch attest te kunnen aanvragen is het essentieel dat alle constructies voor een normale bedrijfsvoering vergund of vergund geacht zijn, ook wat de functie betreft. Tot deze constructies behoren niet alleen de gebouwen op de site, maar ook verhardingen, inrichtingen (mazouttank, compressoren, …).

De beschrijvende nota

Voor het aanvragen van een planologisch attest moet er een goed onderbouwde nota worden opgesteld. De inhoud van deze nota beschrijft enerzijds de algemene werking van het bedrijf en anderzijds de ruimtelijke behoefte ervan op korte en lange termijn. Het is belangrijk dat de bestendiging van de functie of de geplande uitbreidingen de draagkracht van de omgeving niet overstijgen. Ook een goede landschappelijke integratie speelt een belangrijke rol in de beoordeling.

Bijkomend moet er een document worden opgesteld – en worden goedgekeurd door Vlaanderen – dat de milieueffecten (op water, lucht, landschap, …) van het bedrijf op de omgeving beschrijft. De toestand voor en na het toekennen van het planologisch attest wordt in kaart gebracht.

Als het bedrijf volgens de wetgeving in aanmerking komt voor een planologisch attest, is de eerste stap in de procedure een afspraak maken met de bevoegde overheid die de aanvraag zal behandelen. Er wordt immers niet begonnen aan een planologisch attest als er geen medewerking vanuit de bevoegde overheid komt of als er geen kans tot slagen is.

Wie wil weten of zijn bedrijf in aanmerking komt voor een planologisch attest, contacteert best een adviseur van DLV. Dat kan via info@dlv.be of via het gratis nummer 0800 90 910.