Tagarchief: zwamaantasting

Meer diversiteit leidt tot stabiliteit. Boomaantasting voorkomen?

Gijsbert-Jan-van-Voorthuizen
Lees het gehele artikel

Veel boombeheerders weten dat oudere bomen het waard zijn om te behouden. Maar wanneer kan een boom nog gered worden? En vooral: hoe houden we bomen gezond?

Stamrot als gevolg van zwammen of schimmels.

Gijsbert-Jan van Voorthuizen (ETT/ETW-er) heeft als eigenaar van Van Voorthuizen Boom & Groenverzorging B.V. in Lienden meer dan 20 jaar ervaring in boombeheer. Hij pleit voor maatwerk bij boomaantasting. “Dat begint al bij de boomsoort. Pioniersoorten zoals de berk en de populier groeien snel en sterven jong. Vaak zijn ze wel ‘op’ na 60 jaar. Een eik of een linde daarentegen, daar kun je nog vele jaren plezier van hebben, ook bij aantasting. Het is dan wel belangrijk dat de boom nog vitaal is en geen gevaar voor de omgeving oplevert.”

Een beuk kan wel 400 jaar oud en 40 meter hoog worden. Daarom loont het bij deze boomsoort om bij aantasting nader onderzoek te doen.

Vitaliteit tegenover conditie

​​​De vitaliteit en conditie van een boom zijn vaak vast te stellen met een geoefend oog. Zo kan een beuk na een lange droge zomer last hebben van droogtestress, met verminderde en vroegtijdige bladval tot gevolg. Of wortels worden deels aangetast door graafwerkzaamheden, waardoor kroonreductie optreedt. “Tekenen van een beschadigde conditie,” vertelt Gijsbert-Jan. “Maar conditie is een momentopname en een vitale boom kan zichzelf als het ware ‘reorganiseren’. Hierbij spelen houtrotschimmels een cruciale rol. Een boom die jong hout aanmaakt in de vorm van compensatieweefsel zoals waterlot is nog vitaal en wellicht het redden waard.”

Naast de beoordeling van de boom zelf is de bodemconditie bepalend. Gijsbert-Jan benadrukt dat het voorkomen van degradatie belangrijker is dan het optimaliseren van de bodemkwaliteit. “Een gezonde bodem met voldoende doorwortelbare ruimte, organisch materiaal en een rijk bodemleven is het fundament.”

Diverse aanplanting

De grootste troef in het bestrijden van aantastingen en ziekten ligt in meer diversiteit. “Een ziekte wil genoeg te eten hebben en verspreidt zich sneller bij eenzijdige beplanting. In sommige steden bestaat 30 procent van de beplanting uit één soort. Natuurlijk hebben ook klimaatverandering en vervuiling een effect. We weten niet welke ziekten en plagen en er in de toekomst komen, maar zeker is dat biodiversiteit en genetische variatie in aanplant de antwoorden zijn. Meer biodiversiteit voorkomt kaalslag, vermindert infectiedruk en verkleint uitval van bomenpopulaties.”

Die diversiteit kan bereikt worden door zuidelijke soorten te importeren, hoewel Gijsbert-Jan meer voelt voor een herwaardering van zeldzame inheemse soorten als de wilde appel en de zwarte populier. “Ondanks de gemiddelde temperatuurstijging hebben we nog stevige nachtvorst laat in het voorjaar. Inheemse soorten doen het dan beter. Maar zeker is dat ziekte- en plaagbestrijding, een hoge biodiversiteitswaarde en een veerkrachtig bomenbestand enkel bereikt worden door meer diversiteit.”